TER INLEIDING

In dit boekje wordt verteld over de belevenissen van kin­deren en jonge mensen toen de Heilige Geest over hen werd uitgestort. Zij behoorden allen tot de Adullam-zendingspost in Yunnanfu in de Yunnan provincie van China. Voor het merendeel waren deze kinderen afkomstig van de straat; het waren echte bedelaars. Sommigen van hen had­den nog alleen een vader of moeder en waren bij ons ge­bracht. Zij behoorden in elk geval tot de armsten van het land. Er waren echter ook velen onder hen uit andere pro­vincies, die van hun ouderlijk huis waren weggelopen.

 

Maar waar zij ook vandaan kwamen, het merendeel van hen - jongens tussen de zes en achttien jaar  had geen enkele opvoeding genoten en was onontwikkeld. Bedelen is in dit land een beroep dat niet zonder stelen en roven kan worden beoefend. Hun moraal was dan ook dienovereenkom­stig.

Maar zodra zij bij ons in huis kwamen werden zij dage­lijks met zorg uit de Heilige Schrift onderwezen, al naar gelang hun bevattingsvermogen. Omdat zij zo openstonden voor hetgeen hun werd geleerd, waren velen ongetwijfeld bekeerd voordat de vervulling met de Heilige Geest plaats vond, terwijl anderen goed op de hoogte waren van het allervoornaamste wat de Bijbel leert.

Allen die de Heilige Geest ontvingen wisten wel zoveel, dat zij geloofden in de Ene God en dat zij in het bloed van Jezus Christus hun redding zagen. Zij baden echter ook om de volheid van de Geest. Zij zochten Jezus. Niemand van hen zocht gezichten of mededelingen vanuit de hemel, want deze dingen waren zowel ons als hen geheel onbekend. Maar zij zochten Jezus en Zijn licht en Zijn gemeenschap gedurende al de weken waarin de Heilige Geest op ons kwam.

In dit Bezoek van God handelde de Heer met een ieder persoonlijk: zowel met de oudsten als met de jongsten, met hen die het eerst bij ons waren gekomen als met de laatst aangekomene, met de besten alsook met de allerslechtsten.

 

 

Zij zaten om de tafel van hun aller Vader en ervoeren allen op dezelfde wijze de hemelse volheid.

Deze beloofde gave van de Geest was onmiskenbaar een liefdegave uit genade, zonder "werken" of persoonlijke ver­diensten. Het was niet iets geforceerds of iets wat men op­zettelijk had gezocht, maar het kwam "van boven". Het was niet het resultaat van menselijke pedagogie, maar het was een zegen die van God kwam.

De belevenissen die wij straks zullen weerge­ven kunnen niet verstandelijk worden verklaard.

De ervaringen van de kinderen van Adullam laten zich om de volgende redenen niet op natuurlijke wijze verkla­ren:

1.                  Deze wonderen kan men onmogelijk toeschrijven aan het natuurlijk verstand van deze    ongeschoolde, geestelijk niet ontwikkelde en fantasieloze kinderen.

2.        Deze geestelijke belevenissen, gezichten en openbaringen kunnen ook niet uit het onderbewuste    van    deze   kinderen zijn voortgekomen, want zij waren te jong, te onwetend en nog te kort vanuit het heidendom  gered, om reeds te weten wat de Bijbel over deze dingen leert.

3.        Voorts kan men ook niet zeggen dat zij door  anderen zijn beďnvloed, want zelf hebben wij nog nooit zulke gezichten ontvangen en zijn ook nooit in  samenkomsten  geweest waar zoiets plaats vond, terwijl wij ook nergens hadden ge­ lezen en gehoord dat zulke gezichten   werden gegeven,  zo­als onze kinderen die beleefden. Voor een ieder van ons waren deze belevenissen nieuw.

4.        Ook kon het ene kind het andere niets leren of bijbrengen,  want toen de Heilige Geest op ons viel werden velen op het­ zelfde moment vervuld, en hoewel  zij zich in verschillende kamers bevonden, ontvingen soms een aantal kinderen toch gelijktijdig hetzelfde gezicht. Het was volkomen uitgesloten  dat de een het van de ander overnam.

        


5- Verder stemden deze gezichten met hun ontelbare bij­zonderheden zozeer met elkaar overeen, dat hier geen verstandelijke uitleg voor gegeven kan worden. Zelfs de meest onwetende kinderen onder hen, die men tijdens een kruisverhoor bij een of andere vraag in verwarring zou kunnen brengen, gaven, toen zij naar allerlei bijzon­derheden werden gevraagd, zowel individueel als in groepsverband een klaar en duidelijk antwoord, zoals dit door betrouwbare getuigen kan worden bevestigd.

6. Tenslotte kunnen deze belevenissen niet worden ge­zien als een soort geestelijke opwinding, noch als godsdienstwaanzin, noch als een vorm van menselijke ontroe­ring; evenmin kunnen zij worden toegeschreven aan een overspannen toestand of aan iets wat men zelf heeft be­dacht. De uitstorting van de Heilige Geest kwam over deze kinderen onder normale omstandigheden; van al het bovengenoemde was geen sprake.

De gezichten en  openbaringen  die  de  kinde­ren van Adullam   ontvingen, stemmen overeen met die welke de eerste gemeente ontving; zij waren bovennatuurlijk.

Bovennatuurlijke gezichten en openbaringen zijn de pij­lers waarop de Christengemeente   gegrondvest   werd   en waarop zij vandaag de dag nog staat. De hele Bijbel , zo­wel het Oude als het Nieuwe  Testament, is immers een bovennatuurlijke openbaring van God. In het Oude Testament openbaarde God veel van Zijn wil, doordat Hij door directe inspiratie tot Zijn knech­ten, de profeten, sprak, zodanig dat het verstand van de profeten daarbij geen rol kon spelen. God verscheen aan  mensen en sprak tot hen door een "stem". Zo deed God met Mozes, en Mozes gaf wat hij ontving weer door aan het volk. God openbaarde zich aan de mens in dromen, gezichten en verscheidene andere openbaringen. Engelen brachten boodschappen naar de aarde en waren voort­ durend bezig om de plannen van God aan de mensen bekend te maken.  

 

 

In nog vollere omvang is ook het hele Nieuwe Testa­ment een bovennatuurlijke openbaring. Paulus zei van het Evangelie dat hij predikte: "Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus" (Gal. 1:12). Bijna alles wat hij in de brie­ven schrijft is gewoonweg een deel van de bovennatuurlij­ke "openbaring van Jezus Christus".

Zonder deze openbaringen   en   zonder de gezichten  en boodschappen van God, zoals  onze  kinderen  van   Adullam die ontvingen, bestaat er geen    waarachtig    Christendom. De gemeente Gods startte  op  deze   wijze  en  bestaat tot op heden dank zij de bovennatuurlijke   boodschappen   van God, die de wieg vormden   waarin   zij   werd   geboren   en waardoor zij opgroeide tot  een door  God gewild  opstandingleven. Toen Herodes het   kindje   Jezus   wilde   doden, werden de wijzen uit het oosten  door  God in  een droom gewaarschuwd om niet tot   Herodes  terug  te keren.  Een engel verscheen aan Jozef in de droom. Paulus hoorde in een gezicht de stem of de roep van een man uit Macedonië. Toen hij in Jeruzalem in gebed was raakte hij in zins­verrukking en zag Jezus, die tot hem sprak en hem  aan­wijzingen gaf voor Zijn werk.   Petrus  raakte eveneens in zinsverrukking toen hij in gebed was.  Hij zag een gezicht en hoorde de Heer met woorden   en   een   stem   tot   zich spreken. Midden op de dag   verscheen   er  een   engel  aan Cornelius.

Het hele boek Openbaringen werd aan Johannes gege­ven toen hij "in de geest" was. De Heer sprak met luide stem tot hem. Het is een lange openbaring, die engelen door middel van gezichten overbrachten. Of Paulus stierf en voer ten hemel "buiten het lichaam", of hij werd in een gezicht naar de hemel verplaatst, zoals onze kinderen uit Adullam, en zag aldaar het Paradijs. De openbaringen die hij ontving waren zo buitengewoon groot en zo onge­woon, dat God bij hem een rem moest aanleggen opdat hij niet te trots zou worden.

In de eerste gemeente hadden de engelen veel te doen. De discipelen werden vaak door de engelen beschermd en geleid in hun werk. Zo werden zij door engelen aan het geweld van aardse machthebbers ontrukt. Een engel  zei tegen Philippus dat hij naar Gaza moest gaan. Een engel stond 's nachts bij Paulus op het schip en sprak hem moed in. Cornelius, zijn familie en zijn buren kwamen tot geloof in de Heer en werden gedoopt met de Heilige Geest, op aansporing van een engel die persoonlijk met hem gesproken had. De engel verscheen hem 'In een blin­kend kleed" en maakte hem de verblijfplaats van Petrus bekend. Toen Petrus in de gevangenis zat, werd hij door een engel bevrijd; deze maakte de kettingen los van zijn handen en voeten, beval hem zijn mantel om te doen, opende de deur van de gevangenis en stelde hem zo in vrijheid.

Maar de allergrootste bovennatuurlijke mededeling die de eerste gemeente doet is die van de belofte van de Hei­lige Geest, waarvan Christus had beloofd dat Hij die na Zijn Hemelvaart tot de Zijnen zou zenden.

De eerste gemeente bad niet uit een gebedenboek en sprak ook geen gebeden uit die zij had geleerd, maar zij bad vanuit haar hart, en God antwoordde op iedere harteroep. Als er voor de discipelen gevaar dreigde dan kwa­men zij bij elkaar en baden. Dat was geen formuliergebed of een mooi opgesteld gebed dat uit het hoofd was geleerd en het menselijk gehoor streelde, maar een ieder riep op dat moment vanuit de nood van zijn hart luid tot God. Zo bestond er een echt gebedsuur voor elke nood.

En als God antwoordde dan wist iedereen dat Hij ant­woordde. De Heilige Geest bewoog de plaats waar gebe­den werd en vervulde allen met bovennatuurlijke kracht, zodat zij heengingen en met de doodstraf voor ogen het Evangelie konden verkondigen.

Die allereerste gemeente wist dat er een God is die leeft. Door de Heilige Geest was Christus in hun midden. Hij werkte bovennatuurlijke dingen onder hen door de Hei­lige Geest. "Want de ččn wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en de ander met kennis te spre­ken krachtens dezelfde Geest; de ččn geloof door dezelf­de Geest en de ander gaven van genezingen door die ene Geest; de ččn werking van krachten, de ander profetie; de ččn het onderscheiden van geesten, en de ander aller­lei tongen, en weer een ander vertolking van tongen" 1)    Cor. 12:8-10( .

                                     

Waar is de levende God, die onze vaderen-in-het-geloof
met machtige hand uit Egypte leidde, voor het oog van al­le heidenen ? Waar is onze God,  wiens stem   men vroeger kon horen, ja wiens stem de  hele aarde deed beven?  Wat is er van onze God geworden, die van tijd tot tijd Zijn engel zond om de Zijnen te dienen?                  

Wat is er van de engelen geworden?                          

En waar is de Christus van de Bijbel? "Zij hebben mijn Here weggenomen, en ik weet niet waar zij Hem neergelegd hebben."                    

Wat is er van de "beloften"   terechtgekomen?   Christus heeft gezegd, dat het beter  voor   Zijn volk  zou  zijn dat Hij heenging, want dan zou   Hij in  de   Heilige  Geest nog veel inniger en vertrouwder   met de   mensen  omgaan dan in enig tijdperk daarvoor.   Zijn   belofte  luidde:   "Doch  Ik zeg u de waarheid: Het is   beter voor  u,   dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u ko­men, maar indien Ik heenga,   zal Ik hem   tot u  zenden...--: Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader." (Joh.l6:7; 14:12 )

De Heer is heengegaan,  zoals  Hij gezegd heeft.   Waar ter wereld is de Heilige Geest,   die   komen   zou   om   Zijn . plaats in te nemen, om Zijn  werk te voltooien en temidden van Zijn gemeente Zijn   aanwezigheid  te  tonen   door middel van wonderen en tekenen, totdat    het    werk    vol­bracht is ? Is God soms gestorven ? Zo ja, wanneer dan ? Of heeft Hij zich zozeer teruggetrokken,  dat Hij voor de aarde geen belangstelling meer heeft? Is Hij niet meer in staat om te laten zien wie   Hij is  ? Zijn de engelen verdwaald en op andere planeten terecht gekomen, zodat zij ons niet meer kunnen vinden ? Zo ja, wanneer is dat dan gebeurd ? En de Heilige Geest,   de  grote Plaatsvervanger   voor Christus die wonderen deed, op  Wiens woord de gol­ven gehoorzaamden en de graven  zich openden, heeft die Plaatsvervanger uiteindelijk   maar   een  zwakke invloed   ? Waar is de Heilige Geest, die na het gebed de plaats be­woog en door de bidders later de hele wereld in beweging bracht ?

                            8


Als er waarlijk een levende God bestond, dan is Hij er ook vandaag nog ! Als het waar is dat de Heilige Geest eens tot Gods kinderen werd gezonden, dan is Hij ook nu nog bij hen ! Als datgene wat er in de Bijbel staat met z'n bovennatuurlijke openbaringen, van God is, dan zijn naar wij mogen verwachten ook de gezichten, de geestver­voeringen en openbaringen van onze kinderen van Adullam bovennatuurlijk, omdat God hen bezocht.

Deze vervoeringen, gezichten, openbaringen en boven­natuurlijke boodschappen behoren tot de normale gang van zaken in een bovennatuurlijk gegrondveste, bovenna­tuurlijk vervulde en bovennatuurlijk geleide Nieuw Testamentische gemeente, de enige gemeente waar de Bijbel van spreekt en aan wie zij iets belooft.

 

 

 

 

 

 

                                Index                                   

                                                       9