HOOFDSTUK 3

DE GEESTELIJKE GEVOLGEN VAN DE UITSTORTING VAN DE HEILIGE GEEST

In de voorgaande hoofdstukken hebben wij geprobeerd weer te geven hoe de uitstorting van de Heilige Geest plaats vond en zich manifesteerde; nu willen wij hier vertellen van de werken die er op volgden. Dat dit ge­beuren bij ons door God werd bewerkt, kan ook gemakke­lijk worden getoetst aan de vruchten die er uit voort­kwamen. Juist die gebeurtenissen geschiedden, die ook volgen op de doop met de Heilige Geest, zoals de Bijbel zegt. Wij willen hier enkele noemen. van de ver­schijnselen die daarmee gepaard gaan - die bij ons volg­den op het werk van de Heilige Geest - was

DE  VASTE  ZEKERHEID   GERED   TE ZIJN.

Door gezichten en andere werkingen van de Heilige Geest werd de zonde, en het besef daardoor verloren te zijn, door ieder zo sterk ervaren, dat er geen sprankje hoop meer overbleef om door eigen toedoen of eigen verdienste, gered te worden. Daarna openbaarde de Hei­lige Geest even reëel de genade en het heil in Christus. De een na de ander kwam persoonlijk tot de vaste over­tuiging dat hij gered was. Dit bracht een zichtbare ver­andering teweeg in het leven en het getuigenis van heel onze Adullam-familie, zodat niemand er meer aan be­hoefde te twijfelen of onze kindergemeente wel louter uit wedergeborenen bestond.

De hele atmosfeer van de omgeving veranderde, over­al brak de heerlijkheid en de onuitsprekelijke vreugde door. Toen de jongens later een stukje grond aan het schonen waren om er een tuin aan te leggen en onwille­keurig vaak "Prijs de Heer !" zeiden, staken buurkinderen daar de gek mee en riepen de onzen in het voorbij­gaan toe: "Prijs de Heer !" ֹéén van de jongens die wij

20


naar de winkel stuurden om spijkers te kopen, zei, voor­dat hij het zich realiseerde, : "Halleluja, ik zou graag spijkers willen hebben !" Deze jongen van een stam uit de bergen, had vanaf het begin een bijzondere wonderba­re ervaring. Toen hij namelijk op een dag naar zijn werk ging, begon hij te dansen en te springen in de vreugde van de Heilige Geest, en prees daarbij steeds de Heer.

Gereinigd van hun zonden en wedergeboren door de Heilige Geest, zochten zij de Heer steeds ernstiger en inniger, en werden door God geleid tot diepere ervarin­gen en een inniger gemeenschap met de Heilige Geest, totdat er ongeveer een twintig van hen

IN   NIEUWE  TONGEN SPRAKEN

net zoals degenen op de Pinksterdag, in het huis van  Cor-nelius of bij de jongeren te   Efeze,  of Paulus zelf of de Samaritaanse Christenen, die eveneens de  Heilige Geest met zo'n geweldige kracht ontvingen, dat Simon de tove­naar dit wilde kopen. Ofschoon de meeste kinderen nooit de zichtbare werken van   de   Heilige   Geest  hadden   ge­zien, omdat hen enkel geleerd   was tot  de   Heer te bid­den om de Heilige Geest,  werden zij toch in hun harten beloond met een overvloedige vreugde en heerlijkheid en ontvingen zij evenzo de onwrikbare zekerheid, dat ze ge­doopt waren met de Heilige Geest. Zij waren ervan over­tuigd, dat zij Hem op dezelfde   wijze   hadden  ontvangen als de heiligen van het Nieuwe    Testament,   in    de   vijf hiervoor genoemde vormen   ervan,   en   dat   zij   moesten doen, wat diegenen deden,   toen   zij  doordrenkt en  ver­vuld en overschaduwd werden    door   diezelfde   bovenna­tuurlijke Geest. Deze Chinese jongens en meisjes werden door dezelfde Heer gered  en op  dezelfde   wijze en  met dezelfde Heilige Geest gedoopt als  de eerste gelovigen, want zij  spraken niet alleen in nieuwe tongen, maar zij

PROFETEERDEN   OOK,

zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Niemand van ons twijfelde er ook maar in het minst aan, dat het de Heer was, Die vanaf het begin, door rechtstreekse inge­ving, door één van onze kleinste en deemoedigste kinde-

21

ren sprak. Dat hij op eenmaal zo'n heldere en volmaakte stem had, de boodschap met zulke indringende woorden doorgaf en die op aangrijpende wijze beklem toonde, kon tot geen andere conclusie leiden, dan dat de Heer zelf door hem sprak. Wij hadden in ons hele leven bij een prediking nog nooit zo'n heldere stem gehoord. Voor ons allen stond het vast dat God rechtstreeks tot ons sprak.

Een groot aantal van deze Adullam kinderen profe­teerde later, zodat wij niet weinig verbaasd waren, hoe God dit onmondige uitschot, tot voor kort bedelaarskin­deren, als spreekbuis gebruikte om de kleine pas door het Bloed gewassen groep, op te bouwen en Zijn plannen en bedoelingen te openbaren aan hen die nog maar kort­geleden uit een hopeloze lichamelijke en geestelijke ven­twijfeling waren gered. Een ander treffend bewijs van de werken van de Heilige Geest bestond daarin, dat de Heilige Geest de functie vervulde, die door Jezus Christus aan Zijn volgelingen was beloofd. "Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen." (Joh. 16:13)

Het kwam ons allemaal heel ongewoon voor, dat de ' Geest deze eenvoudige gelovigen, die nog maar een paar maanden geleden voor het eerst van de Here Jezus had­den gehoord, nu opeens zulke bijzondere heilsfeiten on­derwees en hen door middel van gezichten de onzichtba­re wereld toonde en verklaarde.

Veel van die gezichten werden gelijktijdig aan meer dan één kind getoond. Ja, bijna alle gezichten werden door een aantal personen gezien. In veel gevallen kwa­men de kinderen bij mij en vroegen of er over bepaalde dingen ook iets in de Bijbel stond.

Zowel de kleine kinderen van zes jaar als de ouderen zagen de gezichten niet in een droom, maar overdag en als een levende werkelijkheid.

Hier volgen enige gezichten die zij zagen. Christus, die aan een paal  was gebonden  en gegeseld werd; hoe Christus bloedend  aan  het kruis hing, terwijl spotters toekeken; hoe het lichaam  van Christus van het

22


kruis werd genomen; in het graf werd gelegd en het graf werd verzegeld; hoe dan de engel neerdaalde, het graf opende en de Heer opstond; hoe Hij verscheen aan Maria, aan de leerlingen bij het meer en aan hen in de boven­zaal; hoe Christus ten hemel voer en twee engelen in witte klederen neerdaalden; de hemel; de verblijfplaats van de engelen; de verlosten; de hel, de toestand van de verlorenen in de hel; de demonen; de duivel; de grote verdrukking ten tijde van het beest; de slag bij Armaged­don, het binden van satan en hoe hij in de afgrond wordt geworpen; het doden van de antichrist; hoe de draak wordt uitgeworpen, de grote maaltijd die God de vogels zal bereiden door het vlees van de lijken van mensen; de komst van de Heer met Zijn heilige: engelen; de verandering van de zon en de maan; de wederopstanding van de rechtvaardigen; het avondmaal van het Lam in het Para­dijs; bijzonderheden over onze woningen in de hemel en andere hemelse taferelen.

De Heilige Geest wekte, zowel door de gezichten als door het werk aan de harten, zelf zo'n sterk verlangen naar het

BESTUDEREN  VAN  DE BIJBEL

dat zelfs de kleinste jongen verlangend was zijn school­boeken aan de kant te leggen en alleen nog maar de Bijbel te bestuderen. Daar bij allen de onzichtbare we­reld zo'n werkelijkheid werd, valt het niet te verwonde­ren, dat ook het gehele

GEBEDSLEVEN  EN   DE   AANBIDDING

een volkomen verandering onderging. Hoewel niet alle kinderen in tongen spraken, waren toch allen, op een en­kele uitzondering na, wel met de Heilige Geest ver­vuld, dat onze samenkomsten menigmaal tot hemelse hoogten werden opgeheven in blijde aanbidding en dank­zegging jegens onze Koning, zodat wij vaak benieuwd wa­ren of zij nog wel naar de aarde zouden terugkeren. Een ieder zou dat duidelijk zijn geworden als hij onze gebeds­uren eens had kunnen meemaken, om te ervaren, hoe de ene jongen na de andere in een innig gebed tot God, worstelde om de redding van verloren zielen, en tevens vroeg, of God ons toch allen mocht gebruiken om ware soldaten van Hem te zijn in de strijd om gerechtigheid. Het gebed had zijn vormelijkheid verloren. Ieder was er zich van bewust, dat geestelijke legers van boze mach­ten onder de hemel onze vijanden waren.

PREDIKING IN DE  KRACHT VAN  DE  HEILIGE  GEEST

Nadat de Heer twee of drie weken met deze kinderen zo bezig was geweest, wilden  bijna allen gaan getuigen, zelfs de allerkleinsten. En  dat konden zij ook inderdaad met betoon van Geest en   Kracht.   Enkele  van onze jon­gens kende men nauwelijks    terug    wanneer    zij    in   de kracht van de Heilige Geest   predikten.   Zij   verontschul­digden zich niet meer zoals vroeger,  maar     zij     traden moedig op en met volmacht.   Over de hel en  de hemel, over de duivel en zijn list,   over   Christus  en   de   kracht van Zijn bloed spraken deze jongens,  alsof dat alles hen tot in de kleinste bijzonderheden reeds lang bekend was. Zij hadden van God opdracht   ontvangen te  prediken,  en hen was ook gezegd waarover:   " Bekeert  u,   want  het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen." Toen wij hoor­den hoe zij zich bij deze door  God ingegeven toespraken met grote overtuiging tot    de     mensen    richtten,    hen smeekten om toch de komende toorn te ontvlieden, en hen voorhielden hoe de liefde van   Christus hun  zielen wilde redden, hebben wij in ons hart gejubeld. In de tijd waar­op de Kracht van God zich  bij  ons het   machtigst mani­festeerde, predikten zij buitengewoon krachtig.

Op de Chinese Nieuwjaarsdag, toen de straten vanwe­ge het feest vol mensen waren, waren wij met onze jon­gens ook present, hadden duizenden traktaten uitgedeeld en vormden daarna een kring, om de mensen het Evange­lie te brengen.

n van de oudste jongens had een Nieuwjaarsprediking voorbereid, maar na enkele woorden begon hij in tongentaai te spreken, terwijl aan een ander de uitleg werd gegeven. En meestal waren het de allerkleinsten, die de Heer als vertolker van de tongentaai gebruikte. Wanneer de zalving bij de één afnam, trad een ander

24


die onder de zalving stond in diens plaats. Dit alles duur­de twee uren, en de mensen verdrongen zich om te luis­teren; het waren er zoveel, dat het gesprokene hen niet meer kon bereiken. Onder de toehoorders bevonden zich mensen, die er niet toe te bewegen waren om naar een kerk te gaan, maar hier stonden ze aandachtig te luiste­ren, wat bewees dat de jongens op buitengewoon heldere en ernstige wijze spraken. Toen wij thuis kwamen van die straatbijeenkomst, die zo van A tot Z door de Heili­ge Geest werd geleid, en waarop iedere spreker door rechtstreekse inspiratie van de Heilige Geest had gespro­ken, konden wij niet anders dan de wonderen van God in ons hart bezingen. Wij hadden gezien op welke manier in de eerste gemeente het Woord verkondigd werd, en wij meenden te begrijpen, dat de Heer het in de eindtijd van de gemeente ook zo wil doen.

Wij beweren niet, dat in het begin, bij het ontstaan van de gemeente, het prediken in tongen de algemene re­gel was, maar zoals hoofdstuk 14 van de eerste brief aan de Corinthiërs duidelijk laat zien, moest toch op zijn minst een deel van de verkondiging van de Goede Bood­schap van de Heer geschieden met betoon van Geest en Kracht (zie ook 1 Cor.2:4; vert.).

Als er zo gepredikt wordt is het verstand van de spre­ker volkomen uitgeschakeld, en weet hij van te voren niet welke woorden de Heilige Geest wil gebruiken. Dat is echte profetie.

Bij de prediking van het Evangelie aan de volkeren van de wereld en bij de opbouw van de gelovigen in de gemeente mag het verstand van de spreker wel meespre­ken, althans tot het moment dat de Geest rechtstreeks door hem begint te spreken. De toespraak kan bestaan uit een uiteenzetting van de Schrift, zoals bij Stephanus, of kan ook een andere inhoud hebben. Petrus heeft zich bij verschillende gelegenheden geuit "vol van de Heilige Geest", en gezegd wat de Geest hem gaf uit te spreken.

Hoewel de verkondiging van het Evangelie door de werking van de Heilige Geest niet noodzakelijkerwijs als zuiver profetisch mag worden gezien, is het echter ook profetisch als het duidelijk door de Heilige Geest wordt geleid en gericht.

Dit prediken in tongentaai met vertolking vond ook nog ettelijke keren plaats toen wij naar de dorpen in de omgeving trokken.

In enkele gevallen was   de   Heer  zelf de   Prediker bij onze straatsamenkomsten.  Gedurende twee of drie avon­den bracht een jonge spreker   onder  rechtstreekse  inge­ving van de Heilige Geest   zo'n  geïnspireerde   prediking, als ik nog nooit uit de mond van een  Chinese Evangelist heb gehoord. Het kwam  mij  voor,  alsof deze toespraken iedere aanwezige tot bekering     zou     moeten     brengen. Maar enkele avonden later toonde God Zijn liefde in nog grotere kracht, toen een jongen   met  volmacht   predikte en opeens zijn ogen dicht deed en op de wijze van de    Oud Testamentische profeten begon te profeteren, als   gevolg van rechtstreekse inspiratie   door  de   Heilige   Geest.   De spreektrant van de jongen    veranderde    opeens,    en    de schoonste volzinnen regen zich ritmisch aaneen. De Hei­lige Geest begon in de eerste  persoon als volgt door de jongen te spreken: " Ik ben de Almachtige God, die hemel en aarde gemaakt heeft,   en   Die   op   dit   moment tot u spreekt door deze jongen. Tegen Mij hebt u gezondigd." Woorden die insloegen als de bliksem. Het is mij niet mo­gelijk, weer te geven, wat het  betekent in  Gods tegen­woordigheid te worden geplaatst. Allen stonden met span­ning en verwondering te luisteren.   Toen  het er op leek alsof er iets verkeerd zou gaan, greep de  Heer in en zei Hij verder bij monde van    de   jongen:    "Denk    hier   niet lichtvaardig over. En neem ter harte wat Ik u zeg. Ik, de Here, uw God, heb alle macht, in hemel en op de aarde. Voor Mij moet ieder mens   en   iedere   demon rekenschap afleggen. Ik ken u allen, ieder    van    u    afzonderlijk.   Ik weet welke uw zonden zijn.   Ik   heb   de   haren   van   uw hoofd geteld. Er zijn hier vanavond 65 mensen aanwezig, die openlijk in zonden leven.  Als u heden uw zonden be­lijdt, zal Ik u allen vergeven."

Gedurende een half uur of meer bevonden wij ons in de tegenwoordigheid van een profeet. De Heer gebruikte hem om de aanwezigen duidelijk te maken, dat zij afgo­derij, goddeloosheden en andere gruwelen bedreven, zo-


dat zij al spoedig alle hoop op redding verloren. Toen sprak Hij evenals eertijds bij de Oudtestamentische profe­ten van de heerlijkheid die Hij voor de Zijnen had be­reid. Als een liefhebbend Vader drong Hij er bij hen op aan om zich nog dezelfde avond te bekeren. Hij sprak van de komende verwarring onder de naties en over de vernietiging van de goddelozen op de dag van Gods toorn. Dit alles werd meerdere malen herhaald, met de vermaning om toch aan ieder woord aandacht te schen­ken, als gesproken door God, die van ieder die aanwezig was, van deze avond rekenschap zou vragen.

Toen de jongen de profetie had uitgesproken, ging hij zitten. Ieder hield zich doodstil. Het leek mij, dat iedere aanwezige zich bewust was, dat God had gesproken. De meesten waren er bijgekomen toen de jongen al sprak, en al de tijd dat hij sprak had hij zijn ogen gesloten ge­houden. Toen de Heer door hem zei, dat er 65 personen aanwezig waren, die door de duivel en de zonde gebonden waren, had een andere jongen de bezoekers geteld en was precies op hetzelfde aantal gekomen.

Een opvallende gebeurtenis vond plaats met een man, van wie de Heer via profetie door de jongen had gezegd: "De demonen moeten Mij gehoorzamen." Zij kregen ook de gelegenheid om te zien hoe de Heer dit Woord beves­tigde. Als wij de ruimte hadden in dit geval in detail te treden, dan zouden wij ongetwijfeld kunnen aantonen, dat het levende demonen waren die bij deze man werden uitgedreven. Het voert te ver om de levensgeschiedenis van deze man te beschrijven. Wij kenden hem al vele ja­ren, en de laatste zes maanden had hij steeds bij ons ge­woond. Kortom, hij was al jaren depressief en was zo gebonden door duistere machten, dat hij probeerde zich het leven te benemen. Om die reden hadden' wij hem opgenomen. Hij was steeds maar neerslachtig. Alle pogin­gen om hem het heil in Christus duidelijk te maken, mis­lukten. Zijn geest scheen toegesloten te zijn voor alles wat met het heil in Christus te maken had.

De Heer gebruikte drie personen om de demonen uit te drijven. en van de demonen was zo groot als een volwassen man en zag er zwart en afschuwelijk uit. Verscheidene    kinderen  zagen hem uit de man te voorschijn komen. De Heer had hen voor dit geval een bijzondere vervulling met de Heilige Geest gegeven en èèn van hen beval de demonen uit hem te gaan. Maar de demonen probeerden door een laatste krachtsinspanning, hun buit te behouden. Zij Heten de man zijn handen verkrampt in elkaar slaan, sloten zijn ogen en zijn hele lichaam werd star en stijf. Maar toen zij van hem weken, werd het li­chaam slap en rustig, de man werd ontvankelijk voor de heilsboodschap, de Heilige Geest verlichtte zijn hart en spoedig werd hij blij en prees God met opgeheven han­den.

DE BOZE   GEEST  OVERWELDIGT DE  ONDERWIJZER

Veel kinderen zagen de demon uit gaan en in grote woede heen en weer snellen, zoekend hoe hij in iemand anders zou kunnen varen. Alle andere kinderen, die zo­juist aan tafel waren gaan zitten om te eten, kwamen toegesneld; zij stonden met opgeheven handen en prezen God. Bij hen vond de demon geen ingang, want zij zagen allen op naar Jezus, Wiens bloed hen beschermden" De on­derwijzer van onze school, die" nog niet helemaal bekeerd was, kwam er ook bij staan en keek verwonderd toe, maar bad niet. Hier zag de demon zijn kans, overweldig­de de onderwijzer en wierp hem met een slag op de grond. Toen kwam de tweede demon en ging op hem zit­ten, zodat de onderwijzer niet kon opstaan. Enige kinde­ren zagen de geesten in zichtbare gedaante. Onze tuin­man, die enige jaren geleden wonderlijk van zijn ver­slaafdheid aan opium verlost was, zag ze ook. Plotseling kwam de Heilige Geest op hem en hij verdreef de demo­nen uit het vertrek.

Ikzelf zag alleen maar de beide mannen: de een ver­lost en de ander plotseling naast hem neergevallen. Ik dacht, dat de Heilige Geest, wiens aanwezigheid sterk merkbaar was, hem had neergeworpen. Nadat ook hij vrij werd en kon opstaan, ondervroeg ik hem waarom hij ge­huild had en gevallen was. Hij zei: "Ik huilde, omdat ik zo'n ontzettende pijn had. Er gebeurde iets verschrikkelijks met me. Alles werd zwart voor mijn ogen; ik zag  dat ik bij een zwarte kloof in   een   berg  was gebracht, waar men mij in de huiveringwekkende diepte wilde wer­pen. Bovendien was ik met ketenen gebonden,  zodat ik mij niet kon verroeren. God   zij   dank   !   Hij  werd   weer vrij.

Dat de demonen waren uitgedreven was ogenblik­kelijk aan de lichamelijke toestand van de man te zien door de innerlijke vrede en vreugde die van hem uit straalde. Zodra hij bevrijd was, kreeg hij een gezicht uit de hemel Toen hij 's avonds in bed lag en over alles nadacht, werd hij zo blij, dat hij zich afvroeg of het niet verkeerd was dat hij zo blij was.

                                                           Hoofdstuk   2         Index      Hoofdstuk  4