HOOFDSTUK    6

                                 IN ONS MIDDEN

De uitstorting van de Heilige Geest op onze kinderen en volwassenen werd altijd begeleid   door  gezichten,   waarin engelen in ons midden werden gezien.

In dit verband is het wel op zijn plaats eens kennis te nemen van wat de Schrift ons leert over de dienst van en­gelen. De Bijbel zegt, dat engelen betrokken zijn bij het werk van de Heilige Geest. Omdat "de geesten (of enge­len) de profeten onderworpen zijn" volgens 1 Corinthiërs 14:32, zo blijkt daar reeds uit, dat engelen er deel aan hebben, wanneer een profeet spreekt door inspiratie van de Heilige Geest. Zo ontving ook Johannes zijn openba­ringen door een engel, toen hij op Patmos "in de geest" was (Openb. 1:1-10). Engelen hebben er iets mee te ma­ken, als iemand in vervoering geraakt of gezichten ziet en door de Heilige Geest openbaringen ontvangt.

Het kan zijn, dat elke ware gemeente een engel heeft, die haar op bijzondere wijze dient (Openb.1:20). Ieder die gered is heeft een engel (Hebr.1:14; Hand. 12:15). Elk kind wordt door engelen gediend (Matth.18:10). Engelen zien ons te allen tijde ( 1 Cor. 4:9).

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament staan voldoende bewijzen waaruit blijkt, dat het engelen waren die ons in wezen dienden in ons Adullam-huis. We hebben reeds eerder verteld, dat de kinderen zagen, hoe engelen andere kinderen bevrijdden, die op afschuwelijke wijze door demonen gebonden waren en naar de hel gesleept zouden worden. Daaruit blijkt, dat engelen deel hebben aan de redding van verlorenen. Daar engelen de kinderen naar de hemel begeleidden en hen door de poort in de stad en het paradijs brachten, lijkt het wel, alsof zij met het hele huis van Adullam wat te maken hebben. Om dat de meeste kinderen een andere taal spraken als zij met engelen dansten en zongen, is het best mogelijk, dat die engelen iets te maken hebben met het spreken in tongen, want volgens 1 Cor. 13:1 is het immers mogelijk, met de

-      49 –

tongen der engelen te spreken,  tijdens een  machtige uit­storting van de Heilige Geest.

In elk geval zagen de kinderen in hun gezichten scha­ren van engelen door de hemel vliegen en dikwijls zagen zij deze engelen ook naar de aarde afdalen.

ENGELEN IN  ONS HUIS EN   RONDOM   ONS

In de tijd dat de aanwezigheid van de Heilige Geest heel bijzonder werd ervaren, zagen verschillende kinderen engelen in de omgeving of in de zaal. Toen zij door demo­nen lastig gevallen werden, zagen zij engelen komen om hen te bevrijden. Toen wij in de samenkomst de heerlijk­ste nabijheid van de Heer ervoeren in harmonie en liefde, zagen de Donderen een grote engel boven ons zweven, ter­wijl om ons heen een kring van kleine engelen werd gezien, die naast elkaar stonden, en wel zo dicht, dat de ččn de ander aanraakte. Er waren geen openingen in de kring, waardoor demonen konden binnenkomen. Bij zo'n gelegenheid zagen de kinderen ook geen demonen in het vertrek, zoals anders vaak het geval was.

Op een avond, toen wij ook weer zo door engelen om­geven waren  zeiden de kinderen, dat zij konden horen dat de demonen buiten de kring van de engelen op erger­lijke wijze hun ontevredenheid tot uitdrukking brachten over het feit, dat zij onze gezegende gemeenschap niet konden storen of verhinderen. Jongens in Kotchiu hebben eveneens zo'n kring van engelen gezien.

Ik zal mijn hele leven niet het gezegende uur verge­ten, waarop de nabijheid van God in onze samenkomst zo merkbaar was en de jongens de grote engel boven ons za­gen. Deze engel keek op ons neer en keek dan opzij naar de kring van engelen die ons omgaven,opdat er nergens een opening zou zijn voor de macht der duisternis. Ik denk, dat de engel boven ons wellicht het toezicht op ons hele huis was toevertrouwd en dat de kleinere engelen van lagere orde de engel van ieder persoonlijk was. Hoe het ook zij, de kinderen zagen de engel. Meestal hadden zij daarbij hun ogen gesloten, maar soms ook wijd open,

- 50 -


 

-51 -


en in beide gevallen zagen zij hem. Wij konden geloven, dat wij ons in de tegenwoordigheid van engelen bevonden, en behoefden daaraan niet te twijfelen.

      Hoofdstuk 5    Index    Hoofdstuk  7

-