HOOFDSTUK   8 

                       DE EINDTIJD

                                                           EN          

                                             DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS

Door de machtige uitstorting van de Heilige Geest, door gezichten en profetieën werden wij voortdurend ge­waarschuwd, dat het einde van dit tijdperk en de weder­komst van de Heer nabij is.

De Heilige Geest maakte dit hoogtepunt voor de mens­heid van onze tijd zo levend en werkelijk, dat niemand van ons er aan twijfelde, dat de Heer nog bijzondere en laatste boodschappen voor Zijn volk te brengen had.

De Bijbel leert ons, dat het tegenwoordige tijdperk zal eindigen in de grootste benauwdheid welke de wereld ooit heeft gezien, en dat de Heer direct na deze benauwdheid zal wederkomen om degenen die boos zijn te vernietigen en de rechtvaardigen te belonen.

De Bijbel zegt ook, dat het hoogtepunt van dit "einde" de oogst zal zijn. Wanneer het onkruid tot volle ontwikke­ling is gekomen en wanneer de blaadjes de tarwekorrel omspannen, dan is de zaadkorrel in de volle aar rijp. Wanneer zowel de tarwe alsook het onkruid rijp is, dan zal de Heer met Zijn engelen komen om de oogst in te halen en om de tarwe van het onkruid te scheiden. Met andere woorden: wanneer het rijk van Satan zich in zijn ergste vorm manifesteert en het rijk van God op aarde zijn meest zuivere vorm heeft - het boze en het goede zijn ten volle gerijpt - dan komt de oogst. Verder zegt de Bijbel, dat het kwaad zijn hoogtepunt zal bereiken bij de incarnatie van Satan als heerser over een door demo^ nen bedrogen en geplaagde wereld, en dat deze door Satan bezeten wereldheerser, de "supermens", door de Heer vernietigd zal worden bij Zijn komst.

Het kan zijn dat er iemand is die bedenkingen heeft tegen evengenoemde opvattingen, maar ik wil, zonder na­dere uiteenzettingen te geven over dit onderwerp, zo

-      67 –

 

 

goed als ik maar kan vertellen over de gezichten en open­baringen van de kinderen van Adullam, die weinig of niets van theologie begrijpen.

PESTILENTIE EN  OORLOGEN

Van tijd tot tijd profeteerden zij. In die profetieën zei­den zij, dat er een tijd van hongersnood, pest en oorlog en ellende zou komen en dat dit gepaard zou gaan met vervolgingen van Gods volk. God zou Zijn volk in deze crisis echter op bijzondere wijze van het nodige voorzien en hen beschermen.

Ečn van de jongens zag hoe onze onderwijzer probeer­de om een maat rijst te kopen. De menigte voor de win­kel was zo groot, dat de onderwijzer alleen maar de kans had om iets te krijgen als hij slag leverde met de menig­te. Ieder kon slechts ččn maat meel kopen.

In een gezicht werd een ongeleerde en onontwikkelde jongen verplaatst naar onze beschaafde landen en zag hij, hoe de mensen zich op de oorlog voorbereidden, doordat zij bommen, kanonnen en andere vernietigingswerktuigen maakten.

- 68 -


 

De komst van Satan en zijn incarnatie in de Antichrist werd dikwijls geprofeteerd, en ook in gezichten gezien.

GEZICHTEN  OVER SATAN EN  DE  ANTICHRIST

De kinderen zagen de draak, de duivel met 7 koppen. Ečn jongen zag hoe engelen met hem en met zeven van zijn engelen oorlog voerden. De duivel en zijn engelen werden overwonnen en uit de hemel op de aarde gewor­pen.

De jongens van Adullam zagen deze "supermens", die door de wereld gewenst wordt; het grote voorwerp van aanbidding, die Boeddhisten, Theosofen, Mohammedanen, en andere godsdiensten verwachten. De kinderen zagen deze door de duivel bezetene, als een mooie sterke man, met de schoonheid en kracht van een jongeling.

Ook zagen zij het beeld, dat deze godloochenaar van een Antichrist volgens de profetieën te zijner tijd zal op­richten als een voorwerp van aanbidding, het beeld dat spreken kan en de wereld verleidt.

Ik vroeg de kinderen hoe zij wisten dat deze mooie sterke man de Antichrist was. Zij zeiden, dat een leger van demonen hem overal volgde en zijn bevelen gehoor­zaamde, op zijn woord voor hem uitgingen of achterble­ven.

Ook werd de Antichrist op een vlakte gezien, als een dier met zeven koppen. Opnieuw vroeg ik hoe zij wisten dat het de Antichrist was. De kinderen antwoordden, dat de engelen het hen gezegd hadden. Ik wil hier nog even vertellen, dat wanneer de kinderen, evenals Johannes, "in de Geest waren" zij door middel van engelen openbarin­gen ontvingen. Op dezelfde wijze als Johannes spraken zij met de engelen en kregen van deze hemelse boden wonderlijke voorlichting, die zij zelf niet begrepen.

DE  VERVOLGING  VAN  DE  HEILIGEN

Gedurende de tijd dat de "supermens" zijn god verloochenend bewind voerde, hielden de heiligen stand en getuigden trouw, ondanks alle  vervolgingen  en gevaren. De kinderen zagen de twee getuigen in Jeruzalem. Zij zagen hoe de heiligen, evenals de getuigen, met een grote bo­vennatuurlijke kracht, de macht   der  duisternis   bestreden en wederstonden in deze vreselijke tijd, een tijd zoals er nog nooit op aarde is geweest en waarin Satan en al zijn engelen en demonen op de aarde losgelaten worden en he­vig te keer gaan, omdat zij weten, dat zij slechts weinig tijd hebben. In deze periode kon niemand anders dan een oprecht, met de Geest vervulde   heilige, ook   maar   nčč dag weerstand bieden aan     een      dergelijke     satanische macht en zulke bovennatuurlijke wonderen en geopenbaar­de tekenen. De kinderen zagen   hoe   de   heiligen   dan ook vervuld werden met nog grotere   bovennatuurlijke  kracht van God, met Zijn Geest, die groter is "dan die in de we­reld is. " In gezichten zagen zij hoe onder grote vervolgingen het Evangelie gepredikt    werd; maar   zij   ontvingen zo'n macht, dat hun vijanden   door   nčč   woord   uit   hun mond gedood werden of met allerlei plagen geslagen wer­den. Deze macht scheen uit  hun  binnenste te komen en ging van hun mond uit; daarmee  straften  en  sloegen zij hun vijanden. Zij hadden de  macht ontvangen die de Heer Zijn volgelingen beloofd had, namelijk om   de  werken te doen die Hij deed en nog grotere. Wanneer zij een getui­genis hadden gegeven in een stad die hen. verwierp, viel in sommige gevallen, als zij   deze   verlaten hadden, vuur van de hemel en vernietigde deze boze stad, evenals So-dom en Gomorra weggevaagd werden. Toen de vervolging zwaar werd, werden zij dikwijls in levende lijve door de Heilige Geest weggevoerd   zoals   Philippus, en   zoals   de profeten geloofden dat Elia  weggevoerd  werd. (2   Konin­gen 2 vers 16). Zij werden   door   de   Geest  overgebracht naar een veilige plaats. In tijden van hongersnood en ge­brek aan voedsel werden zij door wonderen verzorgd, met brood, vruchten en andere  voedingsmiddelen. Engelen dienden hen. Kracht en moed werd hen gegeven om  zon­der vrees te getuigen.

De Christenen bezaten de macht om in tongen te spre­ken, in de taal van vreemde  volkeren, die het  Evangelie

- 70 -


nog niet gehoord hadden. Wanneer de jongens of meisjes zo in de Geest predikten konden wij zelf zien, dat het waar was, want als er nčč in vreemde tongen tot een volk sprak dat het voor zich had, legde een ander het uit ( 1 Cor. 14: 28). Beiden spraken zij in andere tongen. De nčč sprak een zin uit en dan vertaalde de ander deze. Zij predikten tot mensen van verscheidene stammen en talen.

Johannes zag een engel in de hemel vliegen met een eeuwig Evangelie, dat aan alle volkeren en talen gepre­dikt moest worden even voor de val van de grote stad Babylon. Hij zag ook een grote schare uit alle naties, stammen en talen, die niemand kon tellen, en die hun kle­deren gewassen hadden in het bloed van het Lam, en die uit de grote verdrukking waren gekomen.

Is dit niet naar de Schrift, wat de kinderen in deze ge­zichten zagen: het Evangelie zal onder dienstbetoon van engelen op bovennatuurlijke wijze in de kracht van de Heilige Geest gepredikt worden, en het zal hetgeen er in de oudste kerk in de dagen van haar vervolging plaats vond, ver te boven gaan ? Is het niet zo, dat de late uit­storting van de Heilige Geest de vroege regen op Pinkste­ren verre zal overtreffen ?

DE LAATSTE   WERELDOORLOG

De kinderen van Adullam zagen hoe de meest volmaak­te bovennatuurlijke kerk, welke de wereld ooit heeft, ge­zien, haar eind-getuigenis gaf tijdens de grootste vervol­gingen en de grootste samenbundeling van alle satanisch - demonische krachten, die ooit op aarde werden ervaren. Zij zagen hoe ter afsluiting van dit eind-getuigenis de an­tichrist, de satan-mens, de super menselijke wereldbeheer­ser, zijn krachten verzamelde voor de laatste wereldoor­log van dit tijdperk.

Ook zagen zij de oorlog in het geestenrijk. Hier zagen zij een man op een wit paard, gevolgd door een leger van engelen in witte klederen. Zij zagen ook een ruiter op een rood paard, gekleed in mooie donkerrode klederen, en zijn demonisch, in het zwart gekleed leger, volgde hem.

In enkele gezichten werd  ook  de  oorlog op aarde ge zien.

                        - 71 -  

 

 

De kinderen zagen oorlogsschepen, die vernietigd werden door bommen welke door vliegtuigen werden afge­worpen. Zij zagen hoe ze met allen, die aan boord waren, in de diepte verdwenen, om nooit weer te worden ge­zien. Zij zagen hoe aan alle hoeken der aarde legers ver­zameld werden voor de grote afschuwelijke strijd. De kin­deren waren getuige van de verschrikkelijke slag. Gifgas­sen en dodelijk oorlogstuig eisten ontelbare offers. In het begin werden de doden begraven, maar later werd dit aantal zo groot, dat men zich niet meer om hen kon be­kom meren; zij werden op hopen gelegd en dienden als mest voor het land, zoals de profeet had voorzegd.

Te midden van dit gebeuren kwam er een onderbreking door de plotselinge komst van Christus. De zon werd zwart en de maan werd rood als bloed. De sterren vielen in menigte. De hemel beefde en scheen opgerold te wor­den als een kleed. Er kwam een hevige aardbeving die de aarde deed scheuren. Er ontstonden grote kloven, die de mensen levend verzwolgen. Gebouwen werden vernietigd en stortten ineen, zoals kinderspeelgoed, terwijl ze de be­woners onder zich begroeven. Toen dit nu in de hemel en op de aarde gebeurde, verscheen de Heer aan de hemel. Oud en jong, arm en rijk werden door dodelijke vrees overvallen. In wilde verwarring vluchtten zij alle kanten uit. Mannen vluchtten met lege handen uit hun winkels, zonder ook maar te denken aan hun waardevolle goede­ren, die enkele ogenblikken tevoren voor hen nog zo be­langrijk waren geweest. Gezinnen renden uit hun huizen, zonder nog nčč keer om te zien naar hun luxe, die de hartstocht van hun leven was geweest. Op eenmaal kre­gen alle mensen maar nčč wens; ze dachten slechts aan nčč ding. Deze ene wens was om te vluchten voor de Rechter, die terug kwam; ze zochten slechts een schuil­plaats om zich te verbergen voor de zichtbare Koning van alle koningen. Degenen, die niet gedood werden door de instortende huizen, of niet in de geopende aarde vie­len, probeerden de bergen in te vluchten; enigen sprongen in de rivieren en verdronken, anderen doodden zich zelf met hun eigen wapens.

Overal was oproer en ontzetting. En  slechts pogingen

- 72 -


om te ontkomen aan de toorn van het Lam, want de gro­te dag van Zijn toorn was gekomen.

Daarna volgden gezichten over de grote maaltijd Gods, waartoe de wilde dieren en vogels werden uitgenodigd om de doden die niet begraven waren en overal op de ver­woeste aarde verspreid lagen, op te eten. Men zag hoe honden en wilde dieren van de lijken van mensen aten. Vogels en "straatvegers" van de lucht namen deel aan de maaltijd die God voor hen had aangericht.

Toen de jongens getuige werden van dit grote feest, konden wij hun opmerkingen beluisteren en hun bewegin­gen zien, terwijl de scčne voor ons beschreven en uitge­beeld werd. Ečn van hen zei: "Zie toch, hoe de grote ade­laar die rijke man daar opeet. Kijk eens hoe hij de prach­tige kleren van het lichaam rukt. Kijk daar toch eens! Hij heeft een stuk van zijn vlees genomen en is er mee weggevlogen. "

Een ander zei: "O, zie daar eens, een gier en een kraai eten beiden van een mens. De gier heeft de meeste moed. Hij pikt en pikt en stopt zich vol, neemt niet eens de tijd om te zien, maar de kraai is bang, die neemt een beetje en kijkt dan om zich heen of er geen gevaar dreigt. " "Hč, zie je dat daar? Kijk die vogels, die staan om de man heen, die zo goed gekleed is en graven zich naar binnen. "

Daarna wendden de kinderen zich plotseling van de af­stotelijke scčnes af, terwijl zij door hun opmerkingen en hun bewegingen duidelijk uitdrukking gaven aan hun af­schuw over dit laatste feestmaal op aarde. Daar zullen de rijken zijn en de machtigen, de leiders der aarde, de industrievorsten, de gefortuneerden, de legeroversten en de leiders van alle antichristelijke instellingen en gods­diensten. Maar niet als gasten die geëerd worden, maar als voedsel voor de gieren op aarde, waar zij in zelfzuch­tige luxe hadden geleefd.

Zo hebben de kinderen van Adullam reeds de verschrik­kelijke werkelijkheid gezien van het eindresultaat van on­ze snoevende, materialistische beschaving. Zij hebben de vruchten gezien van het goddeloze zaad en Gods ant­woord daarop: "Wat baat het een mens de gehele wereld

- 73-

 

 

te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?" Het Woord van God zegt, dat alle volkeren, die God vergeten, in de hel worden geworpen. Omdat God en de engelen het hen geleerd hebben, en het ook zo in de Bijbel geschreven staat, geloven deze eenvoudige kinderen, zonder er aan te twijfelen, dat al de menselijke systemen van opvoe­ding en de opgeblazen organisatie en rijkdom van deze tegenwoordige wereld zullen uitlopen op: "de grote maal­tijd des Heren", waarbij het vlees van de doden meer waarde heeft dan al de pracht en kultuur, die nu de trots is van de levenden.

DE ANTICHRIST  WORDT  GEBONDEN

EN DE DUIVEL   WORDTIN  DE AFGROND GEWORPEN

De kinderen zagen hoe de Heer en Zijn engelen de An­tichrist aan handen en voeten bonden om hem in de hel te werpen.

Ook zagen zij in gezichten hoe de duivel levend naar de rand van de afgrond werd gebracht; hoe een deksel werd opgelicht en hij in de zwarte diepte van de afgrond werd geworpen; hoe de deksel er weer werd opgedaan en de Heer die afsloot met een grote sleutel.

DE  KOMST VAN  DE  HEER  EN  DE LAATSTE BAZUIN

Wij hebben de gezichten beschreven die verband hiel­den met de komst van Christus. Er waren echter ook dui­delijke gezichten met betrekking tot het lot van de heili­gen. De kinderen van Adullam zagen de hemel geopend en zij zagen de Heer nederdalen in heerlijkheid, begeleid door Zijn engelen. Aan weerszijden van Hem en achter Hem volgden grote in het wit geklede legerscharen. Toen de Heer met bazuingeschal kwam, bliezen zij, die in vol­maakte orde voor Hem uitgingen, op prachtige bazuinen. Ieder bleef op zijn plaats en in zijn rij. Toen de Heer zo naar de aarde terugkeerde ontvingen de kinderen wonder bare

   

                                                                                                                74
 gezichten over de opstanding en opname van de heiligen. De graven openden zich als door een explosie. Lichamen kwamen uit de graven te­voorschijn en werden opeens door de hemelse schare met het heerlijke opstandingslichaam bekleed. Een paar maal zagen zij hoe beenderen bij elkaar kwamen, zoals de kin­deren zich in het chinees uitdrukten: "Ečn been kwam van het oosten en nčč van het westen. " Deze verspreid liggende beenderen werden met vlees bekleed, veranderd in een opstandingslichaam en werden opgenomen, de Heer tegemoet in de lucht. Ečn jongen zag een begrafenisstoet, waarbij een gelovige naar het graf werd gedragen. Op weg naar het graf klonk de bazuin, de Heer daalde neer, de kist ging open, de dode stond op, veranderde en ging de Heer tegemoet in de lucht.

Reeds eerder hadden onze kinderen in gezichten enke­le mensen van Adullam gezien, die reeds gestorven waren en zich nu in de hemel bevonden. Deze mensen waren in het wit gekleed en verheugden zich erover in het Para­dijs de heiligen uit vroegere tijden aan te treffen. De Schrift leert, dat de heiligen vanaf hun dood tot aan hun opstanding een geestelijk lichaam hebben en dat zij voor de opstanding in het wit gekleed gaan.

Toen ik de kinderen een kruisverhoor afnam en hen vroeg hoe zij wisten, dat de heiligen die zij zagen wel of niet waren opgestaan, antwoordden zij, dat ze dit niet wisten, totdat de engelen hen vertelden, dat zij alleen maar de zielen van de heiligen zagen en dat hun licha­men nog niet waren opgestaan. Steeds weer opnieuw on­dervroeg ik hen over dit onderwerp en kreeg steeds weer hetzelfde antwoord: de kinderen zagen de heiligen altijd in het wit gekleed; nooit hadden de heiligen vleugelen; alle engelen echter hadden vleugelen. Het was helemaal niet moeilijk om heiligen en engelen van elkaar te onder­scheiden.

Al met al zagen wij, van Adullam, de heiligen nu in het wit gekleed in de hemel, terwijl zij toegang hadden tot het Paradijs en zich verheugden in de gemeenschap met Jezus en met de engelen. Zij zagen de komst van de

-      75 –

 

Heer met "al Zijn heiligen" - al Zijn engelen - bij het geschal van de laatste bazuin; zij zagen de opstanding en de verandering van de lichamen    van    de    heiligen    en    hun opstijging in de lucht. Ook zagen zij   het   brui­loftsmaal   van   het   Lam. In het Paradijs waren grote   tafels   neergezet, temidden van de mooie bomen en de    prachtige   bloemen, die   een heerlijke geur verspreidden   en   lofliederen   zongen. Alle verloste dieren en planten waren daar    ččn    in harmo­nie; zij waren vervuld met de  Geest en zongen lofliede­ren! Hier, in dit niet te beschrijven Paradijs van God ston­den op open ruimten de tafels, gereed voor het grote brui­loftsmaal. Engelen en heiligen liepen er rond, speelden op hun harpen, bliezen op bazuinen en zongen lofliederen. En­kele kinderen voerden dit voor onze ogen uit. Zij spoed­den zich naar hun met juwelen    versierde    woningen    om hun harpen of bazuinen te  halen. Daarna sloten zij zich aaneen voor de muziek op het grootste van alle feesten, het hoogtepunt van de hoop van alle tijden. Grote menig­ten zongen, dansten en loofden de Koning. Anderen liepen heen en weer en maakten de tafels gereed, zorgden voor de zitplaatsen en droegen gouden schalen met spijzen.

elke    gang   had   ieder

Er was eten in overvloed; bij gerecht zijn bijzondere geur.

Toen alles gereed was, werden de heiligen van alle tij­den geroepen, en zij verzamelden zich om de tafels om het bruiloftsmaal van de grote Koningszoon te vieren. De vervulling van al hun verwachtingen, de verwezenlijking van de grootste vreugde - ook in de hemel zelf - kwam tot uiting toen de spelers, de bedelaars, de zondaren, de­genen die eens op aarde verstoten waren, van Oost en West kwamen en bij dit feestmaal aan tafel zaten met Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk Gods. Toen al­len opstonden en de verwachting het hoogtepunt had be­reikt, kwam de Zoon zelf en ging aan de tafels zitten, omringd door degenen die gekocht waren door Zijn bloed, de in het wit geklede leden van de bruid, de verlosten uit alle natiën, stammen en talen. En Hij dronk met hen van de vrucht van de wijnstok.

                                 - 76 -


Adullam zag, hoe   de   boeken   geopend werden   op   de   oordeelsdag. Zij zagen de boeken, waarin de werken van de mensen stonden geschre­ven en zij zagen de Rechter op de troon, door Wien alle mensen geoordeeld werden naar hetgeen in de boeken ge­schreven stond. De rechtvaardigen  werden in grote groe­pen aan ččn kant geplaatst, terwijl  degenen  wier namen niet in het boek des levens  stonden, ook in   een  grote groep aan de andere kant werden geplaatst. De ene groep werd uitgekozen om het Koninkrijk  Gods en het eeuwige leven binnen te gaan; de andere   groep   werd   veroordeeld tot het vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.

Een enkele had het voorrecht gezichten   te   ontvangen van de   nieuwe    hemel    en    de    nieuwe aarde. De nieuwe hemel   was   van   zo'n   verblindende glans dat de kinderen daar niet goed in konden kijken.

Het nieuwe Jeruzalem, de vierhoekige stad, vormde het middelpunt van de nieuwe aarde. Zij zagen de hemel­se stad met haar Paradijs, zoals het nu is, maar dan neer­gedaald op de nieuwe aarde. De gehele aarde leek op het Paradijs, zoals het nu is en eeuwig zal blijven in de stad van God, de bruid van het Lam. Het was de aarde, zoals God die voor Zijn kinderen wilde hebben, meer dan verbe­terd door Hem, Die meer dan Overwinnaar is. Het was de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die nieuw geschapen waren en nooit zullen vergaan, de aarde, waar God bij de mensen zal wonen, waar Hij altijd hun God zal worden ge­noemd en zij voor altijd Zijn kinderen. Amen.

        Hoofdstuk  7     Index    Hoofdstuk   9

                             -77 –